dornfelder

Dornfelder

Lekker

De Dornfelder druif is een kruising van de Frühburgunder, Trollinger, Portugieser en Lemberger.

De naam Dornfelder komt van de 18e eeuwse minister van financiën van Wurttemberg, die veel gedaan heeft voor de Zuid-Duitse wijnbouw. De laatste jaren zijn er veel wijngaarden mee aangeplant in Duitsland.

Het is een stok die een grote opbrengst kan geven aan grote, zware trossen met grote bessen. Zo groot, dat ze als tafeldruif ook zeker niet misstaan.

In de wijngaard
Dornfelderwijn is meestal mooi donkerrood, lekker vol van smaak en heeft voldoende tannines. In Duitsland geeft de stok wijnen die veel donkerder en voller zijn dan de gebruikelijke Spätburgunder en Portugieser. Voor ons klimaat is de Dornfelder een mooi ras, vanwege de goede opbrengst en de mooie wijn die ervan gemaakt kan worden.

Betekenis

Medio jaren zeventig, toen er welgeteld 100 hectare Dornfelder aangeplant stond, begon het ras  aan een opmars. Tegenwoordig bedraagt de aanplant 8200 hectare, wat neerkomt op meer dan 8% van de Duitse wijngaarden. Bij de rassen voor rode wijn wordt alleen Spätburgunder nog vaker aangeplant. De Dornfelder vond de meeste weerklank bij wijnboeren in de Pfalz en Rheinhessen (met telkens ruim 3000 hectare), maar daarnaast is het ras ook in de meeste andere gebieden te vinden. Aan de Nahe, in de Pfalz, in Rheinhessen en in Württemberg behoort de Dornfelder tot de Classicdruiven.

Teelt

De Dornfelder is een robuuste, weinig gevoelige druif. Wanneer men de groeikracht niet intoomt, neigt hij ertoe om grote opbrengsten te leveren. Daarom verwijderen veel boeren aan het begin van de rijpingsperiode trossen om de opbrengst te reduceren en daarmee de concentratie in de overblijvende trossen te stimuleren. De trossen zijn niet al te compact en hebben daarom weinig last van rotting. Dornfelder stelt wel vrij hoge eisen aan de bodem. Zandige of stenige bodems zijn niet geschikt, evenmin als wijngaarden met vorstgevaar.

Vinificatie en smaak

Dornfelder wordt voornamelijk verwerkt tot droge rode wijn, soms ook tot halfdroge. Er bestaan twee duidelijk verschillende stijlen. De ene benadrukt de intense fruitaroma’s van amarenekersen, bramen en vlierbessen en komt jong op de markt. De nieuwe jaargang is zodoende ten dele al als primeur te koop. Andere producenten voeden de Dornfelder in grote of kleine houten vaten (barriques) op en benadrukken meer de tannine en de structuur van de wijn met wat minder fruitaroma’s. Meestal gaat het daarbij om stevige maar soepele en harmonieuze wijnen. Dornfelder is aan zijn diepdonkere kleur al makkelijk te herkennen. Sekt of rosé van Dornfelder zijn zeldzaamheden.

In het glas

Dornfelders zijn evenals andere krachtige rode wijnen ideaal voor herfst en winter, vooral wanneer ze wat rijping hebben gehad. Ze passen dan ook bij stevige vleesgerechten, wild of kaas. Anderzijds bieden ook jonge, fruitige versies, in de zomer zelfs licht gekoeld, veel drinkgenoegen.